1. Nu jij wordt uitgedragen - o God, waarom, waarom?
Waarom die duizend vragen, waarom, waarom, waarom?
2. Nu jij wordt uitgedragen, een kleinood in een kist,
bespringen ons de vragen - heeft God zich dan vergist?
3. Wanneer wij aan jou denken klinkt Goddank ook een lied
dat ons de troost zal schenken in dalen van verdriet.
4. Nu eindigt al het lijden, dit is je laatste reis;
de engelen geleiden je in het paradijs.
5. En alle martelaren die wachten in de poort,
ontelbaar is de schare, de vreugde ongestoord.